Waarom we de euro moeten ontvlechten

  • De verschillen tussen Noord-Europa en Zuid-Europa zijn te groot om de euro te laten werken
  • De EU gebruikt de euro als breekijzer voor verdere Europese eenmaking
  • Er zijn slechts twee opties: verdere eenmaking of ontvlechting
  • FVD pleit voor gecontroleerde ontvlechting van de euro

Geen eurobonds, wel uitbreiding van de voorwaarden waaronder het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) mag worden ingezet. Dat lijkt de conclusie van de eurotop die afgelopen week plaatsvond. Een coronapakket van 540 miljard euro moet garanderen dat Zuid-Europese landen de medische kosten kunnen dekken en hun economie overeind kunnen houden. Voor de EU een nieuwe stap richting een ever closer union.

Eenmaking boven gezond verstand
Maar de crisis toont nogmaals aan dat de euro onhoudbaar is. De verschillen tussen Noord- en Zuid-Europa zijn simpelweg te groot. Die les had al getrokken moeten worden in de vorige eurocrisis, toen Griekenland, Ierland en Portugal met steunpakketten overeind werden gehouden. Maar telkens worden zowel Noord-Europese landen als Zuid-Europese landen het slachtoffer van de Europese eenmakingsdrang. Onze economieën en samenlevingen worden ondergeschikt gemaakt aan de EU-ideologie.

Dat werkt zo. Bij de invoering van de euro werd een monetaire unie gecreëerd, maar geen politieke unie. Het idee: de noodzaak voor een politieke unie zou wel blijken. De euro als breekijzer waarmee de politieke unie aan lidstaten zou worden opgedrongen. 

Aan dit idee hebben de EU-leiders vastgehouden toen ze, tegen alle gezond verstand en economische principes in, Griekenland binnen de euro hielden. Het doel is niet daadwerkelijk het ondersteunen van Griekenland of Italië, maar het creëren van een politieke unie en van “economische convergentie”. Noord mag Noord niet meer zijn, Zuid niet meer Zuid. Een ideologie die haaks staat op wat vanuit economisch perspectief verstandig is.

Een Zuid-Europees perspectief
De Zuid-Europese kritiek op de euro snijdt hout. Bij de invoering van de euro is de concurrentiepositie van Zuid-Europa ernstig verzwakt, omdat de euro een “duurdere” munt is dan de lire, de peseta of de drachme. Daardoor werd exporteren voor Zuid-Europa moeilijker dan voorheen, wat de maakindustrie hard heeft getroffen.

Toen de financiële crisis Zuid-Europa aan de rand van de afgrond bracht, was een gecontroleerde ontvlechting de beste optie geweest. In plaats daarvan gingen de Europese leiders akkoord met het slechtste van beide werelden. Noord-Europa stond toe dat honderden miljarden belastinggeld in de Zuid-Europese staatsschulden werden gepompt. In feite verdween een groot deel van dat geld direct naar de banken, niet in de Zuid-Europese economie. Het geld bestaat alleen fictief. Zuid-Europeanen hebben er nooit iets van gezien.

Intussen werden Zuid-Europese landen gedwongen Brusselse budgetdictaten na te leven. Ongekozen regeringen met technocraten - zoals die onder leiding van Mario Monti in Italië - voerden harde bezuinigingen door, waardoor de werkloosheid hoog bleef. Hierdoor verslechterde de koopkracht en werd de crisis alleen maar verdiept. Zelfs na jaren van relatieve economische voorspoed zijn landen als Spanje en Griekenland deze crisis nog steeds niet te boven gekomen. De werkloosheid blijft er hoog. Men kan zich afvragen of deze toestand niet permanent zal zijn.

Twee zijden van dezelfde medaille
Voor Noord-Europese landen is de invoering van eurobonds terecht onacceptabel. Het is niet rechtvaardig om Nederlandse en Oostenrijkse belastingbetalers te vragen om - direct of indirect - voor Zuid-Europese staatsschulden te betalen. Maar het is ook duidelijk dat de huidige situatie voor Zuid-Europa niet werkt. Het holt van crisis naar crisis. Intussen worden democratie, economie en samenleving ondermijnd door Brussels bezuinigingsbeleid.

Sommige politici proberen Noord- en Zuid-Europeanen tegen elkaar uit te spelen. Noord-Europese “vrekken en egoïsten” versus Zuid-Europese “knoflooklanden met een gat in hun hand”. Maar in werkelijkheid zijn zowel Nederlanders als Italianen, zowel Duitsers als Grieken slachtoffer van de EU-eenmakingswaan van de politieke klasse, die het ideaal van de ever closer union steeds maar weer voorrang geeft ten koste van de belangen van de eigen bevolking. De Zuid-Europese woede over de antidemocratische troika die de economie kapotbezuinigt en het Noord-Europese onbegrip over het zoveelste miljardenpakket om de Zuid-Europese toegang tot de internationale kapitaalmarkt te garanderen: ze zijn niet tegengesteld, maar juist twee zijden van dezelfde medaille.

Eenmaking of ontvlechting?
Er zijn nu twee opties: eindeloze Europese eenmaking of gecontroleerde ontvlechting.

We kunnen doorgaan op hetzelfde pad. Dat kan langzaam of snel. VVD en CDA zijn voorstander van doormodderen. Zij lijken verdere monetaire en politieke eenmaking hooguit te willen afremmen, maar moeten - zoals Hoekstra - keer op keer akkoord gaan met een nieuwe stap vooruit. Eurofederalisten zijn op hun beurt van mening dat crises als de huidige aantonen dat de eenmaking een stuk sneller zou moeten verlopen. Alsof de Nederlandse en Italiaanse economie op elkaar gaan lijken als we de budgetmacht naar Brussel overhevelen of een schuldenunie aangaan. Een gevaarlijke illusie. Nederland zal nooit Italië worden, Griekenland nooit Duitsland. De convergentiewaan is gebaseerd op een fundamentele onderschatting van de diepgeworteldheid van de gewoontes en tradities die Europa rijk is, weerspiegeld in onze samenlevingen en dus in onze economieën. Eurofederalisten begrijpen dat de huidige situatie onhoudbaar is, maar niet dat verdere eenmaking heel Europa slechts dieper in het moeras zal trekken.

Het enige alternatief: gecontroleerde ontvlechting van de eurozone; de terugkeer van monetaire soevereiniteit naar de natiestaten van Europa. Zuid-Europese regeringen kunnen het begrotingsbeleid voeren dat de bevolking gewenst acht - wellicht met meer publieke investeringen - en zullen een betere concurrentiepositie hebben, waarmee ze de werkloosheid kunnen terugdringen en hun economie uit het slop kunnen trekken. Noord-Europese landen hoeven niet met miljardensteunpakket na miljardensteunpakket akkoord te gaan en worden behoed van een eeuwig voortdurende schulden- en transferunie, waarbij de koopkracht van gewone Noord-Europeanen op het altaar van de internationale financiële markt wordt geofferd aan een fictieve god in Brussel.

Hoe moet die gecontroleerde ontvlechting er precies uitzien? Hoe zorgen we ervoor dat onze economieën niet volledig worden ontwricht en dat we onze welvaart beschermen? Dat is een volgende stap, waarover goed moet worden nagedacht. Maar dat de ontvlechting moet plaatsvinden, is duidelijk - en wordt alleen maar duidelijker door de eurogroepbijeenkomst van afgelopen week. Verdere eenmaking kent alleen verliezers; gecontroleerde ontvlechting en nationale soevereiniteit zijn in ieders belang.

Op de hoogte blijven?

Ontvang de wekelijkse mail van Thierry