• Voelt Sjoerdsma (D66) zich écht 'bedreigd' door tribunaal?
  • Of door verlies van geliefd politiek instrument?
  • Hoe links wanhopig probeert monopolie op WOII-vergelijking te behouden

De Tweede Kamer maakt zich zorgen over het verval van de omgangsvormen. Die zorgen spreekt men uit naar aanleiding van de recente WOII-vergelijkingen. Directe aanleiding is dat D66-kamerlid Sjoerd Sjoerdsma zijn collega Pepijn van Houwelingen (FVD) afstand wilde laten nemen van de vergelijking die FVD-voorman Baudet had gemaakt tussen de joden in WOII en ongevaccineerden tegenwoordig. Daartoe bleek Van Houwelingen niet bereid. Hij gaf aan dat Sjoerdsma voor zijn Covid-standpunt zich nog wel eens te verantwoorden zou hebben voor een tribunaal.

De Kamervoorzitter duidde dit aan als een “dreigement”, een kwalificatie die Sjoerdsma onmiddellijk overnam en overal wordt nu gesproken over “dreigementen” die in de Tweede Kamer zouden zijn geuit. Maar was dit wel een “dreigement”? En wat moeten we denken van die Tweede Wereldoorlog-vergelijkingen?

 

Een veelgemaakte vergelijking

De WOII-vergelijkingen zijn al ongeveer 50 jaar oud. Direct na de Tweede Wereldoorlog waren die niet erg courant, maar zij kwamen in zwang in de jaren zeventig, tachtig en negentig van de vorige eeuw. Vaak was dat in de context van een discussie over migratie en integratie.

Frits Bolkestein (VVD) stelde in de jaren negentig het minderhedenvraagstuk in relatie tot integratie aan de orde. Dat stuitte op zwaar protest van de PvdA en Bolkestein werd zwart gemaakt door PvdA-politicus Jacques Wallage. Wat Bolkestein wilde, het initiëren van een debat over migratie en integratie, zou schandelijk zijn volgens de PvdA in die tijd.

Ter bescherming van die etnische en religieuze minderheden in de hedendaagse samenleving werden toen de joden ingezet. De etnische en religieuze minderheden werden vergeleken met de joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. En waar joden zijn, daar zijn nazi’s was de gedachte. Wie problemen rond integratie wil bespreken, is eigenlijk een nazi.

Bijzonder onverkwikkelijk en ook niet zonder gevaren voor de fysieke veiligheid van de persoon die het etiket krijgt opgeplakt, zoals later zou blijken. Maar wel een gouden greep van radicaal links, want zo kon men het nazi-etiket op het hoofd van de politieke tegenstander plakken. En dat was best effectief in een verward moralistisch land als Nederland. Het maakte problemen rond integratie decennia lang onbespreekbaar. En eigenlijk is dat nog steeds het geval. Je wilt tenslotte geen nazi zijn, is het niet?

 

De gevolgen van demonisering

Het politiek-instrumenteel gebruik van de WOII-vergelijkingen kwam tot een hoogtepunt (of dieptepunt) onder de opvolger in het publieke debat van Bolkestein. Met Pim Fortuyn.

Bolkestein had de WOII-vergelijkingen altijd stoïcijns ontkend, maar Fortuyn reageerde daarop emotioneler. Hij sprak van een “demonisering” rond zijn persoon. Hij hield premier Wim Kok voor dat hij ook een burger van dit land was. (Dat was men bij de PvdA even vergeten).

Hoe gevaarlijk die demonisering was, bleek in 2002 toen hij werd vermoord door een extreem linkse activist. Volkert van der G. was het hoofd op hol gebracht door insinuaties dat wat hij, Fortuyn, voorstelde “extreemrechts” zou zijn. Fortuyn moest worden “gestopt”. En zo geschiedde. Een moord op Fortuyn zag men in radicaal linkse kringen als een tirannenmoord. Een zege voor het volk en voor het land.

Aan die moord ging propaganda vooraf. De huidige vicevoorzitter van de Raad van State, Thom de Graaf (D66) riep Anne Frank aan om Fortuyn te diskwalificeren. Paul Rosenmöller (GroenLinks) beschuldigde Fortuyn ervan niet “rechts” te zijn, maar “extreemrechts”. Marcel van Dam (PvdA) verklaarde Fortuyn tot een minderwaardig mens. Men behoeft geen helderziende te zijn om vast te stellen dat dit Fortuyn fataal is geworden.

 

Een oud verhaal in een nieuw tijdperk

Nu zijn dit zwarte bladzijden uit de jongste politieke geschiedenis. Maar de gemankeerde en kwaadaardige WOII-vergelijkingen gaan door. De schrijver Arnon Grunberg vergeleek – nota bene bij een 4/5 mei bijeenkomst – de joden uit WOII met de Marokkanen van tegenwoordig. Het zijn onsmakelijke vergelijkingen natuurlijk. En voornamelijk aangemoedigd en toegejuicht vanuit de linkerkant van het politieke spectrum. De WOII-vergelijkers zaten in de vorige eeuw vaak bij de PvdA, in de 21-ste eeuw steeds meer bij D66.

En toen kwam Covid. En met Covid kwamen de Covid-maatregelen die van vrijwillig steeds meer verplicht werden. Ongevaccineerden worden inderdaad tegenwoordig gemarginaliseerd en onderworpen aan beperkingen die doen denken aan de beperkingen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Maar wat nu nieuw is, is dat de WOII-vergelijkingen politiek van kleur verschieten. Nu worden ze niet meer ingezet door links tegen rechts. Rechts kan ze inzetten tegen links. Dat is even wennen. En dat gewenningsproces, daar is D66 nu mee bezig.

 

De aftakeling van de linkse monopolie

Hoewel niet van de oude garde, leeft Sjoerdsma mentaal gezien nog in de 20ste eeuw. In de tijd dat de WOII-vergelijkingen straffeloos konden worden ingezet om rechts te diskwalificeren. Tot zijn schrik heeft hij nu ontdekt dat het ook omgekeerd kan werken. De WOII-vergelijkingen worden nu omgekeerd gebruikt.

Toen de Kamervoorzitter constateerde dat Sjoerdsma door Van Houwelingen was “bedreigd” pakte hij dat punt van de Kamervoorzitter dankbaar op. Hij werd bedreigd! En dat was vreselijk. Maar de vraag is: kan hij zich nu in alle ernst “bedreigd” hebben gevoeld door de vaststelling dat hij zich voor een Covid-standpunt voor een tribunaal zou hebben te verantwoorden? Hoe geloofwaardig is dat?

D66 kenmerkt zich door een enorm vertrouwen in de rechterlijke macht. De rechtgeaarde D66-er vreest de juridificering van de samenleving allerminst. Bovendien, het Covid-standpunt zit toch heel goed in elkaar? Daarvoor kan men zich toch best verantwoorden voor een rechterlijke instantie? En toch zelfs voor een tribunaal?

Sjoerdsma zou alleen bang kunnen zijn voor een tribunaal over Covid als hij ernstig zou twijfelen aan het huidige Covid-beleid. En daarvan is toch geen sprake?

Eerlijk gezegd geloof ik zelf dan ook niet dat Sjoerdsma zo bevreesd is voor een tribunaal. Maar waar hij wellicht wel bevreesd voor is (en terecht), is voor het feit dat een geliefd politiek instrument nu bij links wordt weggehaald. De WOII-vergelijkingen zijn 50 jaar lang het monopolie geweest van politiek links. Nu worden zij ook gebruikt door politiek rechts. Links is zijn monopolie op de WOII-vergelijkingen aan het verliezen. De WO-vergelijkers zitten nu bij rechts. Misschien is dat even wennen. En misschien ook wel bedreigend.