Vakscholen & MBO

De vraag naar gekwalificeerde vakmensen is groot. Er zijn tekorten in de zorg, de techniek, de bouw, het onderwijs en het ambacht. Het beroepsonderwijs zou leerlingen moeten opleiden naar de behoefte op de arbeidsmarkt aan vakbekwame medewerkers en ondernemers. Wegens ‘algemene vaardigheden’ en de ‘kenniseconomie’ zijn onze beroepsopleidingen brede, algemene opleidingen geworden.

Dit doet geen recht aan de praktisch ingestelde leerlingen. Daardoor zijn de uitvalpercentages hoog en verlaten veel jongeren zonder een diploma de school. De jongvolwassenen die de opleiding wél afronden zijn nauwelijks in staat een specifiek vak uit te oefenen, simpelweg omdat ze dit niet hebben geleerd. Hierdoor is een tekort ontstaan aan vakmensen.

FVD wil dat het beroepsonderwijs (VMBO en MBO) anders wordt ingericht. In het beroepsonderwijs moet een scheiding worden aangebracht tussen een theoretische en praktische leerweg. Beroepen die zich beter lenen voor een theoretische leerlijn, kunnen via die route worden aangeleerd. Leerlingen die echter het talent hebben met hun handen te werken en die gemakkelijker via hun handen leren, kunnen via een praktische leerweg hun vaardigheden en vakmanschap ontwikkelen.

Voor de invulling van de praktische onderwijsprogramma’s moet een nadrukkelijke rol worden weggelegd voor ervaren leermeesters en vakmensen uit desbetreffend vakgebied. Dat betekent dat we niet langer het primaat leggen bij logge instituties en organisaties, maar dat we scholen en bedrijven (in de regio) heel praktisch samen de verantwoordelijkheid geven voor de invulling van de actuele en adequate onderwijsprogramma’s. FVD wil ruimte voor de professionaliteit van docenten en ervaren leermeesters/vakmensen die samen door uitwisseling van kennis en kunde het beroepsonderwijs vormgeven.

Wij willen:

  • Minder algemeen vormend beroepsonderwijs. Binnen het (V)MBO praktische leerlijnen voor specifieke vakgerichte opleidingen;
  • In de praktische leerweg focus op ontwikkeling van vaardigheden, vakmanschap en ondernemerschap;
  • Ná het MBO binnen het bekostigd onderwijs een doorlopende leerlijn creëren waarbij een leerling zich via de praktische leerlijn kan doorontwikkelen tot een ‘meester’ in zijn vak (en dus ook kan excelleren);
  • In de praktische leerweg de onderwijsprogramma’s mede laten bepalen door leermeesters en ervaren vakmensen. Dus meer gezamenlijke verantwoordelijkheid van bedrijven en scholen voor de regionale invulling van onderwijsprogramma’s in het beroepsonderwijs;
  • Opzetten van een validatiesysteem voor vakmanschap en vaardigheden (naast validatie van kennis);
  • Bestaande instituten beoordelen op hun toegevoegde waarde en deze instituten opheffen als die er niet meer is (zoals het meld- en expertisepunt van SBB);
  • Buiten de bestaande structuren ruimte geven voor innovatie zoals nu plaatsvindt binnen de Ambachtsacademie. Kennis vergaren via pilots en experimenteren en bekostigen van dit soort nieuwe opleidingen.