Standpunt FVD Overijssel afvalbeleid

 

1. Afvalbeleid gericht op ontzorgen inwoners.

Het afvalbeleid in Nederland is voor huishoudens te veel gericht op vermindering van het restafval. Inwoners produceren zelf geen afval, maar houden het over. Door diverse oorzaken, onder andere de enorme verhoging van de afvalstoffenbelasting in 2019, stijgen de kosten voor de inwoners voortdurend en hiermee de woonlasten.
Het zou goed zijn als het huishoudelijk afval vrijgesteld wordt van afvalstoffenbelasting en CO2-heffing. Inwoners doen goed hun best om afval te scheiden, wat overblijft kan ingezet worden als brandstof in afvalenergiecentrales.
Door de gestegen kosten gaan gemeenten steeds meer bezuinigen op de dienstverlening. Het gevolg is: minder service tegen hogere kosten. Dit moet stoppen en teruggedraaid worden. Het afvalbeleid moet terug naar de basis: het ontzorgen van de inwoners.

 

2. Tegen diftar en omgekeerd inzamelen.

Een van de uitwassen van de eenzijdige focus op vermindering van het restafval, ook wel aangeduid als kilofetisjisme, is diftar. ‘Diftar’ staat voor gedifferentieerde tarieven: hoe meer restafval een gezin overhoudt, hoe meer kosten. Dit systeem werkt alleen op papier. Het levert weliswaar meer gescheiden afvalstromen op, maar ook een enorme vervuiling van deze stromen. Door ontwijkgedrag van ‘afvalmijders’ wordt er steeds meer afval in de openbare ruimte en de natuur gedumpt. Het gevolg is overlast, ongedierte en risico's voor de volksgezondheid. De vervuiler betaalt niet, die dumpt. Het "diftar-middel" is erger dan de kwaal.

Een andere contraproductieve beleidsmaatregel is het zogenaamd "omgekeerd inzamelen". Hierbij wordt het restafval niet meer van huis opgehaald maar moet het weggebracht worden naar ondergrondse containers in de buurt. Met name voor inwoners met een fysieke beperking is dit zeer problematisch. Ook het omgekeerd inzamelen veroorzaakt meer vervuiling in de gescheiden afvalstromen.

 

3. Focus op kwaliteit van recycling in plaats van kwantiteit.

De overheid wil zo veel mogelijk afval recyclen. Hierbij wordt de kosteneffectiviteit uit het oog verloren. Recyclen is een nieuwe religie geworden. Niet al het afval kan tegen aanvaardbare kosten gerecycled worden. Als voorbeeld het laagwaardige plastic. In plaats van het efficiënt om te zetten in energie, tracht men het tegen hoge kosten te recyclen. Veel van deze laagwaardige plastics worden echter gedumpt in het buitenland met het risico dat het alsnog gestort of verbrand wordt, of in zee belandt. Een verbod op de export van laagwaardig plastic kan dit tegengaan.

Bij het streven naar een circulaire economie moet allereerst het gebruik van onnodige verpakkingen en laagwaardig plastic afgebouwd worden. Voor "the time being" kunnen laagwaardige plastics in afvalenergiecentrales als brandstof een nuttige toepassing vinden.

 

4. Landelijk dekkend netwerk van nascheidingsinstallaties.

FVD is een groot voorstander van het nascheiden van verpakkingen uit het restafval. Afval scheiden is te ingewikkeld geworden. Machines kunnen bepaalde afvalsoorten beter scheiden dan mensen. Inwoners kunnen zich dan focussen op het bronscheiden van afval dat daarvoor geschikt is zoals papier, textiel en bioafval. Nascheiding is servicegericht, efficiënt en duurzaam.
FVD streeft naar een landelijk dekkend netwerk van state of the art nascheidingsinstallaties: techniek ten dienste van de inwoners.

Overgaan op nascheiding kan niet op gemeentelijk niveau worden opgelost, dat moet landelijk of in regionaal verband gebeuren.

Op de hoogte blijven?

Ontvang de wekelijkse mail van Thierry