35 300
VI
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid
(VI) voor het jaar 2020


Nr. 64
MOTIE VAN DE LEDEN VERHOEVEN EN VAN DAM

Voorgesteld 21 november 2019


De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat gezichtsherkenning een technologie is die zich snel ontwikkelt en
steeds vaker wordt ingezet;


overwegende dat gezichtsherkenning een bijdrage kan leveren aan de opsporing van strafbare
feiten, maar ook kan leiden tot fouten en ongewenste maatschappelijke effecten die
ten koste gaan van burgerrechten als privacy en gelijke behandeling;


overwegende dat het juridisch kader rondom gezichtsherkenning verdeeld is over verschillende
wettelijke bepalingen en niet sluitend, specifiek en eenduidig is;


verzoekt het kabinet, het wettelijk kader op basis waarvan gezichtsherkenningstechnologie
door verschillende uitvoerders kan worden toegepast integraal en actueel te maken,
en de Kamer hierover te informeren, en daarbij te borgen dat bestaande en toekomstige
live gezichtsherkenningsprogramma's binnen dit kader worden toegepast;


verzoekt het kabinet tevens, een inventarisatie te maken van huidige toepassingen
van gezichtsherkenningstechnologie,


en gaat over tot de orde van de dag.


Verhoeven
Van Dam